LOV maak je mee

 

 

 

Terug Foto's Technika Archief


The only way is “up”

Course de côte Trôs-Marets : geslaagde heropstanding

Na een tiendaagse hoogtestage met de BMW Isetta 300cc in de Alpen was ik klaar voor een andere uitdaging.  De course de côte van Trôs-Marets op zaterdag 20 september 2008 trok daarom mijn aandacht, en ik heb me op de valreep ingeschreven.


De Course de côte van Trôs-Marets ontstond begin jaren zestig en is bijna 25 jaar verreden geweest.  Het is in die tijdspanne dat deze hill climb een flinke reputatie had opgebouwd. De weg van Malmédy naar Eupen kreeg het bezoek van bekende piloten zoals  « Beurlys » (Ferrari P3), Jean-Pierre Gaban (Porsche 911), « Fifi » Néri (Abarth), Jacky Ickx (Ford Cortina), Michel Paulus (Brabham F2) , Marc Duez (March 762 F2)… Deze 4 kilometer lange strook werd ook aangedaan met de « Tour de Belgique »  en zo zagen we Bernard Darniche (Alpine Renault), Lucien Bianchi (Ferrari GTO) en Sandro Munari (Lancia)… door de bossen van de hoge Venen scheuren.  Toch geen klein geweld, deze helden…

Het was de slechte staat van de weg die uiteindelijk de das heeft omgedaan van deze mooie course de côte.  In 2008 ligt de weg er echter prima bij en smeekt die om de heruitgave van deze historische hillclimb. De heropstanding is dit jaar geschied en we waren erbij.

Het ééncilinder BMW motortje tikt spreekwoordelijk nog na van de 3800km lange Liège-Brescia-Liège tocht. Het is dus niet met een driewielend Isetta scheurijzer dat ik de Trôs-Marets wil bedwingen, maar met een Volvo P1800S van 1966.


De B18B  motor van de Volvo heeft een gezellig koppel , is gretig op zoek naar hoge toeren,  en dat zou in deze hill climb wel eens van pas kunnen komen.  De motor is voorzien op sportief rijden en ademt ruimer dankzij wat grotere kleppen. De scherpere nokkenas was in de jaren 60 ook al een trukje om de motor wat meer PKs te geven.  De motor is vijf keer gelagerd en kan tegen een stoot.  Mijn P1800 geniet dan wel van de bredere Volvo velgen, een origineel accessoire, maar heeft verder geen aanpassingen aan de fabrieksophanging.  Geen sterkere torsiebar, alledaagse schokdempers, gewone veren: casual dus.  Er word te dikwijls gezegd dat de P1800 een flauwe GT is. Ik had al lang zin om het tegendeel eens te bewijzen. De mythe van een ‘trage’ P wordt volgens mij in stand wordt gehouden door suffe, saaie en mopperende zondagrijders. 

 
De dag voordien kijk ik snel de afstelling van de dubbele SU’s na. Bij de jaarlijkse controle staan ze steeds op het bestaansminimum.  Voor niemand leuk, zelfs niet voor het milieu, want bij die afstelling moet ik meer dan normaal gas geven om de boel aan de waggel te houden. Er wordt door velen gesakkerd op die carburatoren, maar ik vind ze net heel makkelijk af te stellen.  Volg de richtlijnen van de groene Volvo handleiding en het gaat vanzelf.  Vroem, vroem, de motor draait mooi rond. Ik word zowaar onrustig bij de gedachte welk plezier mijn Zweeds lief me straks weer gaat geven op de baan. Het verbruik van de wagen valt trouwens goed mee. “Bompa rijden” vraagt  8l/100km aan de pomp, en zéér sportief rijden slechts 2 liter meer.  De bandendruk wordt rondom nagekeken en we zijn er helemaal klaar voor.

gordinni

Het is mistig en nog schemerdonker als ik de Volvo naar Malmedy loods.  De Volvo snijdt de ranke mistslierten over de E40 elegant en mooi doormidden. Een flink uurtje later kom ik in Bévercé aan waar het allemaal gaat gebeuren.  Mijn inschrijving wordt nagekeken en ik wordt doorgelaten.  103 wagens zijn ingeschreven. Niet mis.

Er is een lichte rijm op de grasweide waar de piloten zich verzameld hebben. Het is nog wat fris, maar alles geeft aan dat de zon vandaag van de partij zal zijn. De sfeer komt er in, en de iedereen is benieuwd naar het verloop van het parcours. Malmedy is voor vele piloten niet vlak naast de deur en deze course de côte verbergt dus nog vele geheimen.  De organisatie spreekt de piloten toe in de drie Belgische landstalen en men legt uit dat we één voor één naar boven zullen rijden en nadien samen in colonne terug naar beneden.

De zon doorprikt met gemak de sluierwolken en warmt het dorpje Bévercé snel op. Er zijn enkele mooie en exclusieve wagens bij de deelnemers. Zo is er de prachtige Gordinni  van een minzame Marc Valvekens. Deze 1954 Gordini is de enige overblijvende die zich nog op de baan begeeft. In 1954 ondervond Paul Frere dat deze wagen nukkig en niet zo betrouwbaar was maar vandaag is deze Gordini meer dan paraat aan de start verschenen.

 


Een andere prachtig ogende éénzitter is de Cooper uit de stal van Paul Grant.

Men ziet niet alle dagen een bloedstollend mooie BMW M1 Motorsport in volle actie.Deze ex-Nelson Piquet 6-cilinder wordt vandaag bestuurd door Peter Roellinghof en beroert zelfs in stilstand menig autoliefhebber.

De bijzondere De Tomaso P70 van 1965 is een prototype die met brullende 5 liter V8 motor de vallei van Bévercé doet beven.   Niet zo’n gebalde vuisten als de De Tomaso, maar in bijzonder sportieve conditie is de Simca CG 548 spider van de Parijse Gérard Magro. Deze CG is zonder meer prachtig afgewerkt, heeft een zeer aantrekkelijke  lijn en is exclusief want er zijn slechts 5 stuks van gemaakt.

 

Alle piloten hebben wel iets bijzonders over hun wagen te vertellen. Ik zie enkele mooie Porsches aankomen alsook MGBs en een Alpine in gekend blauw kleedje.  Lancia delta Integrale Martini, Alfa Romeo GT Junior,  BMW, Opel, Ford, Renault, Peugeot, … alle merken zijn goed vertegenwoordigd. In tegenstelling tot de enkele exclusieve sportwagens is het overgrote merendeel van de 103 deelnemende wagens youngtimers tussen de 35 en 25 jaar oud.

De zon doet het parkoers snel en efficiënt opdrogen. De veiligheidscommissaris doet zijn werk zeer grondig en de start loopt wat vertraging op. Iedereen kan daar mee leven.  Het duurt dus een tijdje eer de motoren worden gestart, maar in de voormiddag kunnen we een eerste verkennende rit naar boven maken.  De N68 loopt van Bévercé richting Eupen. De weg is afgezet over een lengte van 4km lange en telt een breed aanbod van bochten variërend van 10 tot 180 graden.  De krommingen verschillen alle van moeilijkheidsgraad en het parcours is uiterst  gevarieerd.  De weg slingert zich naar boven door een prachtig bos: de zichtbaarheid over het parcours en de bochten is dus zeer  beperkt.  Het is niet echt mogelijk om dit circuit even snel van buiten te leren. De piloten zijn het eens; dit is een bijzonder  mooi, boeiend en uitdagend traject.  De weg ligt er zeer goed bij en ik hoor niemand klagen dat het niet regent.

 

De veiligheid voor de toeschouwers is trouwens zeer goed verzekerd. Er zijn vele uitstekend plaatsjes waar ze het spectaculair bochtenwerk zonder gevaar kunnen aanschouwen.  Ze staan hoog en droog en mooi geparkeerd langs de lijntjes van veiligheidsperimeter.

De kennismaking met het parcours doet de goesting alleen maar toenemen. We moeten wachten tot na de middagpauze om deze honger ook echt te stillen.  Met zeer veel zin smijten de piloten zich in de strijd.  Er wordt dan wel geen chrono genomen, het maakt weinig uit qua inzet van de racers.

Het publiek geniet met volle teugen. Er is dan ook voor elk wat wils: De cilinderinhoud gaat van 1000CC van een Fiat Lombardi tot en met een 5.7 liter van de Chevrolet Corvette.  Dat is tegelijk een beetje een nadeel want er is geen enkele logische rangschikking tussen de deelnemende wagens. Zo krijg je soms zeer grote verschillen tussen motorisatie en leeftijd tussen opeenvolgende wagens. De organisatoren hebben dit ook snel door, en bij de 2009 editie (mét chrono) gaan er natuurlijk wel verschillende klassementen zijn.

 

De piloten gaan volluit en heel af en toe wordt er al eens van de baan afgeweken.   Het is vooral bij de derde klim naar boven dat sommige piloten te enthousiast de bocht in- en uitgaan. Het is de ronde waar de meeste brokken worden gemaakt. Gelukkig alleen maar wat opgeblazen motors, enkele wagens met blikschade en koplampen  die sneuvelen.  Geen gekneusde ego’s bij de piloten want de sfeer is echt optimaal.

Ik sta versteld van de prestaties van de Volvo. Hij doet het nog veel beter dan ik had verhoopt.  Uiteindelijk heb ik niet de moeite genomen om de 1100kg wegende wagen ook maar één kilo lichter te maken. De wagen plakt behoorlijk op de baan. De banden geven goede grip. De motor is uiterst gewillig, klimt gretig in de toeren en trekt zeer goed op. Het koppel stelt op geen enkel moment teleur. De wagen helt wel spectaculair over, maar als piloot heb je daar bij deze hill climb eigenlijk geen last van. Je kan je behoorlijk in de zetel duwen dankzij een flinke voetsteun links onder het dashboard. Schakelen doet hij ook zeer vlot. De standaard overdrive bleef natuurlijk onbenut en de vierde versnelling werd alleen uitzonderlijk bovengehaald op dit bochtig parcours.  De remmen reageerden krachtig en evenwichtig. Kortom ik kan niet zo snel minpunten bedenken over mijn Zweedse schone.

 

Ik ben niet de enige die opgezet is met de wagen. Hij oogst succes bij het publiek dat vrolijk staat te supporteren als ik voorbij kom gesjeesd. Bij de startlijn komen twee dames voorbij en roepen me lachend toe “On vous appelle « Simon Templar » quand vous passez”.  Mijn dag is weer goed. Ik voel me precies een beetje zweven.


In de namiddag wordt het juiste ritme gevonden en kunnen we 4 keer vlot naar boven gaan. Iedereen is zeer enthousiast.  De sfeer is uiterst vriendschappelijk en ontspannen.  De organisatoren mogen een dikke pluim op de hoed steken. Tegen zes uur kunnen we terugblikken op een fantastische dag. De rust keert weer in deze prachtige vallei. Ik heb de smaak wel te pakken, maar dwing mezelf tot koelbloedigheid en een zelfopgelegde afkickperiode “met onmiddellijke ingang”. Dit was werkelijk té leuk om waar te zijn.  Ik vraag me af hoe snel ik ga “hervallen”…

(c) Stoffel Mulier

 
 

foto's: Stoffel Mulier en IPS

  LOV 2008